sluit venster

Log in

Gebruikersnaam Wachtwoord Gebruikersnaam en/of wachtwoord vergeten? Gebruikersnaam en wachtwoord aanvragen

Zoek in de HOVON website

 

Indicatiestelling voor alloSCT bij hematologische aandoeningen

 

DEFINITIES:

 

º   AlloSCT: allogene stamceltransplantatie waarbij de bron van de stamcellen

      niet de patiënt zelf is maar een verwante of niet verwante donor of cordblood.

º   Donor type:

           Gematchte verwante donor: HLA-genotypisch/fenotypisch-identieke broer

             of zus, waarbij de HLA-A, B, C, DRB1, DQB1 of DPB1 allelen van patiënt en

             donor identiek zijn

          Partieel gematchte verwante donor: HLA-niet-identieke broer of zus,

             waarbij er sprake is van 1 mismatch tussen  de HLA-A, B, C, DRB1,

             DQB1 of DPB1 allelen van patiënt en donor

          Goed gematchte onverwante donor: onverwante donor van een van de

             wereldwijd operende beenmerg/stamcel donorbanken waarbij de HLA-A,

             B, C, en DRB1 allelen van patiënt en donor identiek zijn gebaseerd op een

             hoge resolutie HLA typering

          • Mismatched onverwante donor: onverwante donor van een van de

             wereldwijd operende beenmerg/stamcel donorbanken waarbij er sprake is

             van 1 (of meer) mismatched tussen de HLA-A, B, C, of DRB1 allelen van

             patiënt en donor gebaseerd op een hoge resolutie HLA typering

º   Stamcelbron: beenmerg, met G-CSF of Plerixafor® gemobiliseerde perifere

      bloed stamcellen, cordblood

º   Condtionering: conventioneel (myeloablatief) of gereduceerd (RIC:

    reduced intensity).

º   Prioritering van donor keuze, keuze van stamcelbron en conditionering:

     Afhankelijk van diverse variabelen als ziekte, ziektestatus, protocol,

     leeftijd, beschikbaarheid van verschillende donor typen/stamcelbronnen

     etc wordt het te gebruiken type donor danwel de stamcelbron en het

     conditioneringsregime bepaald. 

                                                                                                                                                


naar boven

 

AML

Definitie risicogroepen

 

Relapse risico/outcome: Laag, intermediair of hoog volgens HOVON criteria

(AML-HOVON) of volgens Haematologica 2009, Morra et al.

 

Non-relapse mortality (NRM) risico: volgens HCT-CI Sorror et al (JCO 2005),

EBMT-score Gratwohl et al (Cancer 2009), afweging volgens Seminars in

Oncology 2008, Meijer/Cornelissen.

 

Indicaties voor transplantatie

 

AML, laag risico/good risk:

-    Over het algemeen geen alloSCT in CR1, eventueel afhankelijk van

     risicoscores mbt NRM en relapse.

-    In CR2 altijd geïndiceerd.

 

AML, intermediair of hoog (poor/very poor) risico: alloSCT bij voorkeur in

CR1, eventueel CR2.

 


naar boven

  

MDS

Definitie risicogroepen

 

Risicogroepen mbt transformatie naar AML en OS volgens Blood 1997,

Greenberg et al.

 

Risicogroepen mbt NRM: zie AML.

 

 

MDS

Indicaties voor transplantatie

 

Low/intermediate- 1 risk volgens IPSS.

-     AlloSCT eventueel geïndiceerd indien refractaire neutropenie en/of

      trombopenie en/of anemie en geen kandidaat voor andere therapeutische

      opties (bijvoorbeeld H89, MDS-HOVON)

 

Intermediate-2/poor-risk volgens IPSS.

-     AlloSCT geïndiceerd (meestal na remissie-inductie).   

 


naar boven

 

 

ALL

Definitie risicogroepen 

 

Standaard en hoog risico obv HOVON criteria (ALL - HOVON

 

Indicaties voor transplantatie 

 

ALL, standaard of hoog risico:

-   AlloSCT in CR1 of CR2. Bij voorkeur in CR1.

 


naar boven

  

 

CML

Indicaties voor transplantaties

 

CML, eerste chronische fase:

-   Eerste en tweede lijn: TK-remmers, geen alloSCT indicatie.

-   Indien suboptimale respons of falen op TK-remmers, of mutatie T3151:

    AlloSCT geïndiceerd.

 

CML. acceleratie of blastencrisis:

-   AlloSCT indien patiënt tweede chronische fase bereikt. 

 


naar boven

 

 

Myelofibrose

Risicogroepen

 

Risico indeling obv Blood 2009, Cervantes et al.

 

Indicaties voor transplantatie

 

Myelofibrose, intermediair-2 of hoog risico.

-   AlloSCT geïndiceerd.

 


naar boven

 

Multipel myeloom

 

-   Eerste en tweede lijn: alloSCT geïndiceerd, bij voorkeur in studieverband

    (MM - HOVON). 

 


naar boven

 

Lymfomen

Hodgkin's Lymfoom:

 

-   alloSCT niet in 1ste en  2de  lijn geïndiceerd,

-   eventueel bij  2de of meer gevorderd recidief.

 

 

Folliculair NHL/Waldenstrom:

 

-   alloSCT niet in 1ste lijn geïndiceerd,

-   optioneel in 2de lijn, geïndiceerd bij 2de of meer gevorderd recidief.

 

Mantelcellymfoom:

 

-   alloSCT bij voorkeur niet in 1ste lijn,

-   eventueel geïndiceerd bij recidief.

 

 

Grootcellig B-cel NHL:

 

-   alloSCT niet 1ste lijn en 2de lijn geïndiceerd,

-   eventueel bij 2de of meer gevorderd recidief, in studieverband.

 

 

T cel lymfomen, cutane lymfomen:

 

-   Eerste lijn: alloSCT in studieverband geïndiceerd,

-   Tweede - en verdere lijn behandeling: alloSCT geïndiceerd.

 

 

Lymfoblastaire lymfomen:

 

- zoals bij ALL.

 


naar boven

 

CLL

 

-   Eerste lijn: alloSCT niet geïndiceerd

-   Tweede lijn: bij voorkeur in studieverband (CLL - HOVON)

-   Derde lijn: alloSCT geïndiceerd mits responsief op nieuwe behandellijn.

 


naar boven

 

 

APLASTISCHE ANEMIE

Risicogroepen

 

Classificatie als severe (SAA), very severe (VSAA), en non-severe (NSAA)

 

Indicaties voor transplantatie

 

NSAA

-   Geen indicatie voor alloSCT in 1ste lijn.

 

SAA/VSAA

-   AlloSCT geïndiceerd in 1ste of 2de lijn.

 

 

PNH

-   AlloSCT evt geïndiceerd bij PNH met pancytopenie (PNH/AA) of hemolyse

    die niet reageert op of progressief is tijdens behandeling met eculizumab.